Mamma, ik heb een gedicht geschreven, roep je triomfantelijk. Pontifikaal haal je een rood papiertje uit je broekzak en vouwt het tergend langzaam vier keer open. Je houdt de spanning er in. Ahum, ahum.... , begin je. En dan in een prachtige cadans:
Hier is een grote prullenbak waar alle papiertjes op een stapel in kunnen Hier is een grote stoel waar alle mensen op kunnen zitten Hier is een grote kast waar alle papiertjes in kunnen!
Je vouwt het papiertje weer vier keer dubbel en stopt het terug in je broekzak. Ik ben trots! En dat zie je. Dank u dank u, mompel je met een glimmend gezichtje. Je herhaalt het komende uur je gedichtje keer op keer letterlijk, met al het vouwwerk erbij.
Nog geen reacties.
Dit venster sluiten