tag:blogger.com,1999:blog-101576302008-05-03T05:03:54.347-07:00GOOISE HOFSTEDEN IN BLARICUMgooilanderhttp://www.blogger.com/profile/03693045962620150349noreply@blogger.comBlogger1125tag:blogger.com,1999:blog-10157630.post-1105728655554467932005-01-14T10:50:00.000-08:002008-05-03T05:03:54.432-07:00HOFSTEDEN IN DE BOUWVENEN<strong>De Bouwvenen</strong><br />Blaricum wordt in het oosten begrensd door de Gooiersgracht. Deze gracht is in de vijftiende eeuw aangelegd als grens tussen 't Gooi en Sticht. De afbakening diende om de uitbreiding van 't Sticht, via de ontginning vanuit Eemnes, te stoppen. De Gooiersgracht sneed van deze ontginning aan de Gooise kant een driehoekige strook af over een lengte van ca. 3 km. De top van de driehoek ligt bij de Leeuwenpaal en de basis van ca. 360 m ligt gemiddeld 300 m voor de Larense grens. Dit gebied wordt de Bouwvenen genoemd. De Eemnessers behielden de grond tegen betaling van een soort grondbelasting. Deze bestond, net als in Eemnes, uit de zogenaamde<em> 'Elfde Schoof'</em>.(1)<br />Het overige bouwland in 't Gooi was belast met de koptienden. Deze KOP-tienden kwam voort uit 4 kop (ca. 4 liter) koren, die per schepel land (1952 centiare) moest worden afgestaan. Later werd deze heffing omgezet in een geldbedrag, te betalen in januari.<br />Zelfs tot 1847 betaalden de Blaricummers deze lasten, die uit de Middeleeuwen stamden. Bij de opruiming van de feodale resten ná 1795 waren de lasten als de koptienden en de Elfde Schoof niet opgeheven. De inkomsten hieruit waren in de 17e en 18e eeuw in handen gekomen van enkele regentenfamilies. De familie Hooft inde generaties lang deze gelden, zonder daar een tegenprestatie voor te leveren. Deze kosten kwamen bovenop de zware lasten, die de arme plattelandsbevolking toch al te dragen had. De ongeletterde boeren bleven braaf betalen, totdat een rijke grondbezitter in 1843 hier tegen in het verzet kwam. Deze Jhr. Jan Willem Janssens was ontvanger van de directe belastingen en accijnzen te Hilversum. Hij vond dat de koptiendenheffing een feodaal instituut was. De processen, die hij hiertegen voerde, leidden pas in 1847 tot opheffing van de koptienden.(1)<br /><br /><strong>De Elfde Schoof</strong><br />De Bouwvenen waren van de koptiendenheffing uitgesloten, want daar gold de Elfde Schoof. Deze last drukte echter zwaarder dan de koptiende. Iedere elfde schoof koren, van het bouwland aldaar, moest worden afgestaan aan de bezitter van deze belasting. Natuurlijk maakte die zijn handen niet vuil. Jaarlijks werd in juli de 'elfde schoof' aan de meest biedende verpacht. De schoven moesten op het land blijven staan, totdat de pachter zijn elfde deel had weggehaald. Veel van deze akten zijn nog aanwezig en wijzen tevens op enkele merkwaardigheden in dit gebied. De Bouwvenen waren verdeeld in ruim honderd percelen en eigendom van tientallen eigenaren. Ten behoeve van de verpachting werd het gebied in 5 'blocken' gesplitst.(2) Bij de afbakening duiken de namen op van de landhuizen of hofsteden, die hier ooit stonden. Genoemd worden 'de Capits Hofstede', 'de Stachouwer Hofstede' en 'het Slot Ruysdael'. Over deze buitens en het bewonen ervan is weinig bekend, wel over sommige bewoners.<br /><br /><strong>De Hofsteden</strong><br />Niet al deze hofsteden behoorden van ouds tot het rechtsgebied van Blaricum. Wel het Stachouwersveld waar ooit de Stachouwer Hofstede stond. Eén en ander blijkt uit 18e eeuwse notariële akten en verpondingskohieren. Het Slot Ruysdael, met een deel van de bijhorende grond, viel onder de Naarder Ban, de rest onder de Huizer Ban.(3)<br />De Capitten, het gebied van de Capits Hofstede, viel ook onder twee jurisdicties. Ca. 3,9 ha behoorde tot de Naarder- en ca. 2,2 ha tot de Laarder Ban.(4) Omstreeks 1824 werden deze exclaves bij de gemeente Blaricum gevoegd. Op bijna alle 17e en 18e eeuwse landkaarten van 't Gooi staan de Bouwvenen met de hofsteden aangegeven. Zelfs op de kaart van Gooiland van A. Perk uit 1843 staan ze vermeld met de toevoeging 'van ouds'.<br />Over de Capits Hofstede is betrekkelijk weinig bekend. Slechts enkele schrijvers hebben er aandacht aan besteed.(5)<br />Aan het Slot Ruysdael heeft de bekende schilder Jacob Ruysdael zijn naam ontleend. Het directe verband tussen beide 'Ruysdaels' is nog niet duidelijk. Wel stamde Jacob's voorvader 'Jacob Jansz de Goyer' uit Blaricum, maar of hij 't Slot als eigenaar bewoonde is (nog) niet aangetoond.(6) Eventueel kan De Goyer pachtboer zijn geweest op de bij Ruysdael behorende pachtboerderij. Er is veel gepubliceerd over 't Slot, zodat dit niet herschreven hoeft te worden. Wel duiken af en toe (oude) nieuwe feiten op. Zo blijkt dat de stichter van Ruysdael, Dirck Heymansz Ruysch, reeds voor te komen in het Blaricumse koptiendenkohier van anno 1503/04. Zelfs na zijn dood schrijft de secretaris van Naarden, Pieter Aelmanszoon, in 1526 over de <em>"Huisinge van Dirk Geymanszoon"</em> gelegen aan de Gooijersgracht in de buurt van de Leeuwenpaal. Het huis is dan groot genoeg om er vele gedeputeerden uit Utrecht en Amersfoort een maaltijd te laten gebruiken.(7)<br />De fundamenten van 't Slot zijn in 1974/76 blootgelegd, maar die waren teveel verstoord om iets over het bouwwerk aan de weet te komen.(8)<br />Waar ooit de Stachouwer Hofstede lag, ligt nu de nieuwbouwwijk De Bouwvenen. Al is er enkele malen over deze hofstede geschreven, toch zijn er ook over dit huis nieuwe feiten aan de eerdere beschrijvingen toe te voegen.<br /><br /><strong>Van Stachouwer Hofstede tot Stachouwersveld</strong><br />Johan Stachouwer bezat 13 juli 1626: "zekere huizinge, landen en boomgaard omtrent het dorp Blaricum".(9) Deze hofstede, gelegen in de Bouwvenen was: "omtrent tien rijnlandtsche morgen met huisingen en schuyren, timmeragie, boomgaard ende plantagie".(10) Bij de aanleg van de Stachouwer Hofstede deden zich moeilijklheden voor. In 1633 werd al hetgene door Johan Stachouwer geplant en gebouwd was, door onbekenden in één nacht omgesmeten en gerooid. "Dit zoude zijn geschiet op instigatie van Cornelis Wouterszoon, eertijds Buurmeester van Blaricum".(11) Deze 'protestactie' hield verband met het verzet van de erfgooiers tegen de ontvreemding van 's Graveland door andere regenten in deze periode.<br />Johan Stachouwer stierf op 2 augustus 1655. Zijn grafsteen, getooid met zijn wapen, is onder de toren van de Hervormde kerk te Blaricum te bewonderen. De hofstede werd na zijn dood afgebroken, zoals blijkt uit een besluit dat september 1671 genomen werd in de Naardense vroedschap. Volgens dit besluit zouden Burgemeester Coopal en Schepen Hermanus de Fremerij naar Blaricum gaan. Zij moesten onderhandelen over het af te breken huis en schuur van Johan Stachouwer.(12) Nadat het huis was afgebroken restte alleen nog het Stachouwersveld. Johan's dochter Catharina verkocht dan ook op 28 oktober 1682: "Seecker stuck lants gelegen doghte bij 't voorz. dorp (Blaricum) groot omtrent vijff morgen sijnde weleer geweest de hoffstede off woninge van Johan Stachouwer".(13)<br /><br /><strong>Stachouwersveld</strong><br />De juiste ligging van het Stachouwersveld is nog niet exact bepaald. Uit verschillende akten uit de 18e en begin 19e eeuw is af te leiden tussen welke kadastrale percelen (uit 1832) het gelegen heeft. Dat wil zeggen, de uiterste grenzen lagen tussen het voormalig perceel B 788 en perceel B 819. Na de invoering van het kadaster bleef een tijdlang de gewoonte bestaan om ook de veldnaam naast het kadasternummer te noemen. (ook als belendend perceel) Ook op de Gooilandkaart van A. Perk is het Stachouwersveld aangegeven. De schaal is echter te klein om de precieze ligging af te meten. Duidelijk is in ieder geval dat 'De Steeg' door het Stachouwersveld liep. (De Steeg is waarschijnlijk dezelfde weg, die in het Molenveenboek anno 1777 wordt aangeduid als 'Stachouwerssteeg') De 5 morgen, waarop eens stond "de Hoffstede off woninge van Johan Stachouwer" lag benoorden "de gemene wegh". Deze weg zou kunnen zijn "De Steeg", maar ook perceel B 788. In dat laatste geval zouden de 5 morgen tussen B 788 en De Steeg bedoeld zijn. De oppervlakte van dit stuk is ruim 6 morgen. Het gebied ten noorden van De Steeg is kleiner van oppervlakte, omdat het aan het gebied grenst dat tot het Slot Ruysdael behoorde. Het bijgaande kadasterkaartje uit 1832 toont welke percelen tot het Stachouwersveld hebben behoord. Het is jammer, dat de nieuwbouwwijk aldaar niet de historische naam Stachouwersveld heeft gekregen.<br />_________________________<br />Afbeeldingen:<br />De Slotweg is het enige overblijfsel van Het Slot Ruysdael.<br /><a href="http://deisel-blaricum.toeto.com/">http://deisel-blaricum.toeto.com/</a><br /><br />--------------------------------<br /><br />Noten:<br />1. Naerdincklant. - Dr. A.C.J. de Vrankrijker - 1947.<br />2. R.A. Haarlem. Gaarderregisters nr. 279. Stukken omtrent de verpachting van de tienden op de Bouwvenen. (Elfde Schoof)<br />3. R.A. Haarlem. Kohieren van de verponding, Naarden anno 1733 - nr. A 160<br />4. Lambert Rijkcksz Lustigh, dd. 1724.04.28<br />5. Drie verdwenen hofsteden onder Blaricum - Jhr. R.C. Six - 1909.<br />6. De eigenaars bewoners van het Slot Ruysdael - TVE jrg. 5 - 1975<br />Ir. P.W. Vrijlandt.<br />7. Zestiende-eeuwsche wandelingen door Nederland. Zwerftochten van Pieter Aelmanszoon, secretaris van Naarden 1525 - 1527 - Dr. Th. Enklaar - Hilversum 1934<br />8. Verslag opgraving van het Huis Ruysdael - S. Pos.<br />9. A.R.A. Rekenkamer der Domeinen, nr. 167, fo. 62, 63. dd. 1626.06.13.<br />10. Gem. Archief Amsterdam: Weeskamer I 415 dd. 1647.11.12.<br />11. Brieven van de Drost van Muiden P.C. Hooft. dd. 1633.04.08.<br />12. Stadsarchief Naarden: O.A.N. 31. 1/55 - dd. 1671.09.11.<br />13. R.A. Haarlem: Blaricum nr. 3249, fo. 73. dd. 1682.10.28.<br />Afbeeldingen:<br />Detail van kadasterkaart Blaricum sectie B uit 1832 - schaal 1 : 2500. Aangegeven staan de Gooiersgracht en de percelen B 787 t/m B 818.<br /><br />HOFSTEDEN : HIST. KRING BLARICUM. NR. 22. NOV. 1995<br /><br />____________________________________<br /><strong>TOELICHTING:<br /></strong><br />BUURMEESTER, znw. m. Verg. mnd. brmester (LBBEN-WALTHER 70). Hetzij<br />buurrechter (zie ald.) of burengezworene; thans nog als historische term. Die Scholt ind Buermeesters mit die nabueren ... sullen moegen ... ordonnancie maicken enz., Geld. Placaatb. 1, 202 (a. 1556). De Scholten, Onderscholten en Buer-Richters of Buermeesters in desen Furstendom, Geld. Placaatb. 3, 370 (a. 1720).<br /><br /><strong>Buurmeesteren, Schouten, en Regeerders van de Dorpen van Gooiland, HOOFT, Br. 1, 36 ; zie ook 1, 42 ; 1, 237 ; 1, 247 ). </strong><br /><strong><br /></strong>Dat ... Persoonen van de Gereformeerde Religie tot Buurmeesteren en Scheepenen van Leusden worden aangestelt, Utr. Placaatb. 1, 404 b (a. 1706). Dat Hun Edel Groot Achtb. de tegenwoordige Poldermeesters aanmerken als vervangende ... de Buurmeesters en andere soortgelijke ambtenaren in de verschillende polders, Bijv. Stbl. 1838, n0. 30 (minder juist orden in een Besl. v. 29 Mei 1866, Stbl. 81 deze ambtenaars buurtmeester genoemd).<br />In Zuid-Nederland zeldzaam: zie een voorbeeld bij WEYDTS (45 ), gespeld<br />buermerstere (mv.?).<br /><br /><span style="font-size:85%;">Bron: Groot Woordenboek der Nederlandse taal.<br /></span><br />____________________________________<br />F.J.J. de Gooijer<br /><a href="http://gooijer.netfirms.com/">http://gooijer.netfirms.com/</a><br /><a href="http://gooijer.nl.jouwpagina.nl/">http://gooijer.nl.jouwpagina.nl/</a><br /><br />Voor afbeeldingen en foto's, zie:<br /><a href="http://gooiland.vijftigplusser.nl/">http://gooiland.vijftigplusser.nl/</a><br /><br />_____________________________________gooilanderhttp://www.blogger.com/profile/03693045962620150349noreply@blogger.com